een gedicht als een impressionistisch schilderij

Door Ida Boelhouwer

Pitten Schieten – Fleur Bourgonje 

cover

Het titelgedicht Pitten schieten kun je  hier lezen.

In dertig jaar tijd heeft Fleur Bourgonje zeven dichtbundels geschreven. Op 10 april a.s. komt haar achtste bundel uit: Pitten Schieten bij Azulpress en wij hebben de eer van een voorpublicatie van het titelgedicht.
Stenen voor het begin was haar debuut in 1987. Een bundel in 3 delen. Het kind dat naar de volwassenheid snakt. De volwassen vrouw die met haar echtgenoot naar Chili en Argentinië reist en daar de verschrikkingen van de staatsgrepen meemaakt. De terugkeer na jaren en het stilstaan bij de ontworteling. Het laatste gedicht in de bundel eindigt met de regels:
Ik zoek een schreeuwhuis/van stenen,/om te schreeuwen.//(…)
Een schreeuwhuis voor de liefde,/met leegte/eromheen.

De dichteres is nu dertig jaar verder en het gedicht Pitten Schieten is de waarneming van een vrouw die tot bezonkenheid gekomen is.
De tijd is het thema, waaromheen de melancholie van het ogenblik zich afspeelt als een licht bewegend impressionistisch schilderij.

In Stenen voor het begin stond “weten” voor (…) verbitterd zwijgen/een verscholen razernij.
Nu is weten besef en inzicht geworden. De rollercoaster van emoties is vervangen door de simpele waarneming: (…) Meten is weten/ hoe jong je was, hoe oud je bent.

Waar toen de bron – het begin – steeds werd gezocht: het middelpunt/zoals het was/ van alle water/het begin is er nu niet langer het zoeken, maar het zien hoe het gaat, mee met de stroom: Naar nergens/neigt het trage varen, van bocht naar bocht, niet meer/dan dat.

fotoHet beeld van stenen, dat in de eerste bundel veelvuldig voorkomt: uit wolken zag ik stenen komen, komt in het gedicht Pitten Schieten terug als de harde kern van een vrucht: het harde, soort steen/waar alles om draait. Je stoot je tong/breekt bijna je tanden. Schitterende metafoor voor het leven. Maar je schiet niet meer zo ver als vroeger, er is geen eindeloos lijkende toekomst meer. Als je nu in de berm langs het water zit kersen te eten, je eet het vlees (zoals je het leven consumeert) komen de pitten niet meer tot aan de overkant, maar raken nauwelijks het water. Waar de veerman nog net niet klaar staat voor jouw laatste reis, in een visioen is hij al zichtbaar. Blijft over bij alles wat afneemt: de liefde en het besef van de jaren, als een abstract gegeven bijna, als een sfeer meer dan konkrete herinneringen en verwachtingen.
Waar in de eerste bundel nog volop deelgenomen werd aan wat het leven heet, een plaats middenin de cirkel, is er nu sprake van een plek in het gras langs de kant, kijkend naar de “boot vol plezier”, die midden op de rivier vaart.

In het beeld dat Fleur Bourgonje oproept, zijn de trager wordende gebaren, in weerwil van, eigen geworden en ligt de aandacht bij het uitdijende ogenblik en de reflectie, in plaats van bij een opeenstapeling van ervaringen. Als het bezweren van de eindigheid zulke rake poëzie oplevert, bevestigt dit mijn idee dat we hier in de meest fascinerende levensfase zijn aangeland.

Fleur Bourgonje – Pitten Schieten – Azulpress – 72 blz. – 15 euro

Omslagfoto: Camilla van Zuylen.

PITTEN SCHIETEN door Fleur Bourgonje

Over de Vecht vaart een boot vol plezier,
wij zitten aan wal in het gras. Naar nergens
neigt het trage varen, van bocht naar bocht, niet meer
dan dat. Zo vermiljoen zijn de kersen dit jaar
is wat we zeggen, zonder zon toch
tomeloos groot, te zwaar
voor je oren –

Je eet het vlees. Erin verscholen
ligt het harde, soort steen
waar alles om draait. Je stoot je tong
breekt bijna je tanden.

 

 

De kern van de dag is de boog
die de pit van een kers kan beschrijven
de kracht in je handen, de duim
op de volle top van het kootje
dat aanwijst waarheen
wanneer.

Hoe ver hij komt. Meten is weten
hoe jong je was, hoe oud je bent.

 

 

Maïssa Bey ~Mijn hart is immers versteend ~

door Tineke van Roozendaal

220px-Maïssa_Bey_-_Comédie_du_Livre_2010_-_P1390386De Algerijnse schrijfster Maïssa Bey, (pseudoniem van Samia Benameur, 1950), woont in het dorp Sidi Bel Abbes in West-Algerije. Twintig jaar geleden begon ze te schrijven. Daarvoor studeerde ze Frans aan de Universiteit van Algiers en gaf ze les op middelbare scholen. In 2000 richtte ze Paroles et Ecriture op, een platform voor culturele uitwisseling. In 2010 won ze de prix de l’Afrique Méditerranéenne/Maghreb voor Puisque mon coeur est mort.

door een kier door Ida Boelhouwer

movements2

IJBer(IJda Smits) uit de serie iedere dag een ipadtekening: movements

zij is dat zusje dat blonde haren had
en glad en ik rode met slag
en een bril, die zij pas veel later droeg
toen het in de mode was

ze is beter af dan ik op alle fronten
waar we tegenover elkaar staan
in nonchalante gevechtshouding
elke belevenis is een wapenfeit

nachtblindheid als excuus door
lenzen of laseren, en overdag
beperkt de zichtafstand zich
behalve als het persé moet

sterfgevallen bijvoorbeeld, dan
kussen we zoals alleen zusters
dat doen, door een kier
stroomt iets lichts naar binnen

Een beauty over de dichteres Warsan Shire

Door IJda Smits

Alhoewel ik meestal even snel door Facebook scroll, komt er soms ineens een pareltje langs dat mij laat pauzeren.
Een van die pareltjes is het gedicht what they did yesterday afternoon1 van Warsan Shire.

they set my aunts house on fire
i cried the way women on tv do
folding at the middle
like a five pound note.
i called the boy who used to love me
tried to ‘okay’ my voice
i said hello
he said warsan, what’s wrong, what’s happened?

i’ve been praying,
and these are what my prayers look like;
dear god
i come from two countries

door Joske Janszen

Daar staat ze, kleiner, magerder, in
hulpeloze kleren, te zwaaien – niet naar mij – de

schemering valt in, trams rijden om haar
heen, auto’s claxonneren, rakelings

ontwijken fietsers haar – ze heeft het, lijkt het
opgegeven ooit aan te landen bij de over

kant. ’s Avonds laat hoor ik haar stem – live
in Met het Oog op Morgen, ze praat honderduit

over haar laatste boek dat net is uit
gekomen, zo geestig, snel en levendig

ach zusje, blijf nog even – de muziek
klinkt en de lampen branden nog

Laten we dansen zoals we vroeger –
dansen, tot het licht wordt en de

ochtend komt

Zussen dragen rokken door Ingrid Strobbe

uit haar kwamen de meisjes
op namiddagen
op tafels gedekt als bedden
in steden van twee soorten

in vlechten en staarten
bonden ze haar
eerst een voorvertoning
dan getooid naar buiten

zussen dragen rokken
een rok als vrouw van de broek
een meisje naar voorbeeld van de broer
uit hem kwam niets

door Christianne Méroz

Kom zuster
dan snellen wij
buiten adem
de beloften van de overzijde
tegemoet

Kom zuster
naar andere oevers
waar de adem
in andere armen tot rust komt

Kom zuster
dan peilen we blindelings
de naaktheid van de uren
van voor de nacht
van voor de tijd

(trad. T. van der Stap)

Wij zijn meisjes door Christine Van den Hove

In mijn dromen is iedereen in leven.
We wonen in hetzelfde land,
hetzelfde huis.

Het huis op de steenweg,
het huis bij het kruispunt,
of het huis in de laan.

Wij zijn geen moeders,
geen echtgenotes,
geen weduwen.

Wij zijn meisjes.

We zitten aan tafel.
De klok tikt.
De dag kabbelt.

Soms zijn we met vijf,
soms met zeven.

Zoals toen door Ida Boelhouwer

Ik had drie zussen
met wie ik in de mand zat van
afkeer en dromen
we lachten samen heel wat af
want de wind waaide er niet
en aan al de rest waren we gewend

Ik vond een pad gisteren
onderin een hoge lege bloempot
waar ik een vies doekje uitviste
dat ik er ooit had ingegooid
de pad zat daar versteend leek wel
gestorven in uitzichtloosheid

Ik gooide hem in de groene bak
maar ik had hem ook mee kunnen nemen
en in de vensterbank zetten
zo mooi was hij, zo gaaf, zo helemaal
stil zonder strijd gefossiliseerd
in zijn laatste oorzaak

Mijn zusje door Frida Domacassé

Met de zoele bries
zweeft haar zang
over de eilanden,
wordt lichtgevend als de zee.
Met de jaren blauwer,
verbonden met thuis.

Het Avondland lokt.
Ze komt maar blijft niet.
Ik eer haar keus,
volg haar in zware jaren.

Ze mengt de tinten van Chili
met de tonen van Hellas.
Zingt mij de geboorte van de America’s.
De morgenuren van de leguaan,
de poema die door de takken breekt.
De donderboom.
De oerboom.

We vieren de moederboom.

vannacht sloot ik mij in door IJda Smits

vannacht sloot ik mij in
in herinneren
hoewel ik niet meer onderscheiden kon
of ik het was of
oudste zuster jongste zuster moeder

de draden in mijn brein
ontsloten verwarde beelden
wilden niet weten van tijd
van volgorde in bestaan

maar een ding is nu zeker
op het sterfbed is er de gelijkenis
de onontkoombare gelijkenis

mijn zusters en ik