Over My bright abyss en Lichtjaren

Door Ida Boelhouwer

In de beauty dit keer twee zogenaamde “kerstaanraders”, om jezelf of een geliefd persoon blij mee te maken.
In de eerste plaats het dit jaar verschenen boekje My bright abyss – Meditation of a modern believer, van de Amerikaanse dichter Christian Wiman. Opgezadeld met de diagnose ongeneeslijke botkanker, schreef hij, tussen de ondraaglijke pijnaanvallen door, korte essays en gedichten als een vorm van medicatie, een soort van ander leven teruggeven aan zichzelf, waar het hem fysiek beetje bij beetje afgenomen wordt. Hieronder het gedicht From a window en daarna mijn vertaling Uitzicht uit een raam. Bij de vertaling heb ik me voorgesteld hoe het gedicht in het Nederlands op zijn mooist is. Woorden als “ghosts” en “men’s mind” en “mind” worden in het Nederlands gauw beladen en zwaar en ik heb daarom gekozen voor een vrije vertaling waarbij ik geprobeerd heb zo dicht mogelijk bij de inhoud te komen; daarbij heb ik het rijm van het origineel losgelaten.

From a window

Incurable and unbelieving
in any truth but the truth of grieving,

I saw a tree inside a tree
rise kaleidoscopically

as if the leaves had livelier ghosts
I pressed my face as close

to the pane as I could get
to watch that fitful, fluent spirit

that seemed a single being undefined
or countless beings of one mind

haul its strange cohesion
beyond the limits of my vision

over the house heavenwards.
Of course I knew these leaves were birds.

Of course that old tree stood
exactly as it had and would

(but why should it seem fuller now?)
and though a man’s mind might endow

even a tree with some excess
of life to which a man seems witness,

that life is not the life of men.
And that is where the joy came in.

Uitzicht uit een raam

Ongeneeslijk ziek en niet gelovend
in welke waarheid dan ook behalve in die van verdriet

zag ik een boom verrijzen in een boom
alsof ik door een caleidoscoop keek

de bladeren leken omgeven door leven.
Ik drukte mijn gezicht zo dicht tegen het glas

als ik kon om dat vitale, levendige
zo goed mogelijk te bekijken

het kon een enkel wezen zijn
of ontelbaren, zich voegend

in die vreemde samenhang
die mijn begrip te boven ging

over het dak heen richting hemel.
Natuurlijk wist ik dat die bladeren vogels waren.

Natuurlijk stond die oude boom
er precies zo bij als daarnet

(maar waarom leek hij nu toch voller?)
en desondanks ben je dus in staat

een boom te zien die buitensporig leven
in zich draagt en er getuige van te zijn

dat leven niet het menselijk leven is.
En precies daar kwam de vreugde binnen.

Over dit gedicht schrijft Christian Wiman dat niet de ervaring er eerst was en hij er vervolgens een gedicht over ging schrijven. Maar dat hij begon te schrijven vanuit een gevoel van grote angst, leegte, en droefheid. Gevoelens die tijdens het schrijven “explodeerden” in een ervaring van onbegrensde vreugde:
“Ik probeerde voor de realiteit weg te kruipen in het spel met de taal en werd gered door een weefsel van betekenis dat ik nooit van tevoren had kunnen bedenken.”
Ergens anders definieert hij poëzie als “dat korte huwelijk tussen woord en wereld.”
Je zou je kunnen laten afschrikken door Wimans zoektocht in taal en leven naar God, die veelvuldig genoemd wordt, maar zijn belevingen zijn behalve universeel zo authentiek en de gedichten zo prachtig dat ik iedereen die bovenstaand vers bevalt, aanraad het hier niet bij te laten.

De tweede aanrader is het boek Lichtjaren van James Salter. In 1975 verschenen als Light years en pas dit jaar voor het eerst in vertaling, door Peter Verstegen. Na lezing geloof ik dat het boek in het Nederlands het mooist moet zijn, kortom het is schitterend vertaald. Het begint al met de eerste zin: “We zwepen de zwarte rivier, zijn zandplaten glad als steen.”
En zo word je als lezer voortgejaagd, van beeld naar beeld, als een razende stormwind word je meegezogen in de levens van de personages. Het maakt je ademloos, maar op een heel prettige manier, je blijft niet stilstaan bij wat er gebeurt, maar je gaat mee, in die levens, alsof het jouw leven is, en dat is ook gedeeltelijk zo. Enkele citaten uit dit verhaal over het leven van een ogenschijnlijk perfect gezin en hun vrienden, dat over twintig jaar van hun leven, vanaf 1958, gevolgd wordt:

“Hun leven is mysterieus, het is als een bos; van veraf lijkt het een eenheid, kan het begrepen, beschreven worden, maar van dichterbij begint het los te laten, breekt het uiteen in licht en schaduw, van een dichtheid die verblindt. Daarbinnen is er geen vorm, alleen wonderbaarlijke details die alles doordringen: exotische geluiden, neerstromend licht, gebladerte, omgevallen bomen, diertjes die vluchten als er een takje breekt, insecten, stilte, bloemen.
En dit alles, afhankelijk, nauw verweven, het is allemaal bedrieglijk. Er zijn eigenlijk twee soorten leven. Er is, zoals Viri zegt, het soort waarvan mensen denken dat je het leidt, en er is het andere. Het is dit andere waar het gedonder van komt, dit andere dat we graag willen zien.” (blz.32)
“Mijn vader is dood, zei Jivan, maar mijn moeder leeft nog. Ze is een prachtige vrouw, mijn moeder. Ze weet alles. Ze heeft een huis, een tuintje, niet ver van zee. Elke ochtend drinkt ze een glas wijn. Ze is nooit buiten haar dorp geweest. Ze is als…wie was het, Diogenes. In dat kleine dorp met de bomen op het plein is ze net zo gelukkig als wij in het hart van de grootste stad.” (blz.85)
“Kinderen zijn onze oogst, onze akkers, onze aarde. Het zijn vogels die in het donker worden losgelaten. Het zijn hernieuwde vergissingen. Toch zijn ze de enige bron waaruit een leven kan worden geput dat meer geslaagd is en meer weet dan het onze. Op de een of andere manier zullen ze iets doen, een stap verdergaan, ze zullen de top zien. We geloven daarin, de glans die afstraalt van de toekomst, van dagen die wij niet zullen zien.” (blz.91)

Het leven van Viri en Nedra wordt beschreven in een melancholische dans van woorden: “Het gebeurt in een oogwenk. Het is allemaal één lange dag, één eindeloze middag, vrienden gaan weg, we staan op de oever.”
Het is het ideale eindejaarsboek, languit op de bank, het licht terugdraaien tot schemerlicht, behalve dan die lamp op je boek en dan meemijmeren en troost vinden in de schoonheid ervan.