De berk door Maria de Groot

De berk is weg. De berk is omgelegd.
In kleine stukken werd de boom versneden
tot niets, tot een onherstelbaar verleden
dat door een open plek wordt uitgezegd.

Leegte. Het is de leegte die nog dregt
naar leven dat de vogels in haar deden
met nest en lied en alle lieflijkheden
waarmee zij aan de berk waren gehecht.

Wie wuift mij nu haar schaduw toe, haar licht,
de overvloed van bloesem en van zaden
die loslieten en vielen op mijn paden
en die ik las als een verlangd bericht?

Waar zal de ransuil nu zijn slaapplaats vinden?
Wat kan mij nog aan deze tuinen binden?