Op het fietspad
rijdt een jongen mij tegemoet
zijn torso glanst donker en
stevig in de grijze dag
een doek plooit nonchalant
over de welving van zijn borst
hij fluit een onbekende melodie
op het ritme van de straat
mijn hart
al vijftig jaar naar dames toegewend
kraakt onder de nylon bloemen
van mijn blouse
IJda Smits, aug. 2011