door Joske Janszen

Op de markt zag ik een vreemde kamerplant
haar armen naar mij uitstrekken, verwaarloosd

kind dat opgetild wil worden en geaaid
de hangende generfde bleekroze kelken

lijken uit rijstpapier gevouwen, elegant
uit meerdere lagen opgebouwd als treurende

pagodes wier enige opdracht is te streven
naar nog een etage lager. In de Oriënt

geboren sjouw ik haar door de
kamers van mijn huis, verplaats

haar, kijk waar het licht invalt, de zon
staat om haar te verwarmen, geef

volgens de instructies uit het boek
mondjesmaat water

’s Avonds aan tafel schuif ik naast haar, ze
is in tranen, rillend

laat ze haar eerste roze bloemblad vallen
ten dode opgeschreven

in dit kille laagland