door Joske Janszen

Daar staat ze, kleiner, magerder, in
hulpeloze kleren, te zwaaien – niet naar mij – de

schemering valt in, trams rijden om haar
heen, auto’s claxonneren, rakelings

ontwijken fietsers haar – ze heeft het, lijkt het
opgegeven ooit aan te landen bij de over

kant. ’s Avonds laat hoor ik haar stem – live
in Met het Oog op Morgen, ze praat honderduit

over haar laatste boek dat net is uit
gekomen, zo geestig, snel en levendig

ach zusje, blijf nog even – de muziek
klinkt en de lampen branden nog

Laten we dansen zoals we vroeger –
dansen, tot het licht wordt en de

ochtend komt