Maïssa Bey ~Mijn hart is immers versteend ~

door Tineke van Roozendaal

220px-Maïssa_Bey_-_Comédie_du_Livre_2010_-_P1390386De Algerijnse schrijfster Maïssa Bey, (pseudoniem van Samia Benameur, 1950), woont in het dorp Sidi Bel Abbes in West-Algerije. Twintig jaar geleden begon ze te schrijven. Daarvoor studeerde ze Frans aan de Universiteit van Algiers en gaf ze les op middelbare scholen. In 2000 richtte ze Paroles et Ecriture op, een platform voor culturele uitwisseling. In 2010 won ze de prix de l’Afrique Méditerranéenne/Maghreb voor Puisque mon coeur est mort.

Haar bijzondere, vurige en beeldende stem gebruikt ze om te verhalen over de levens van vrouwen, sterke vrouwen. Het grote zwijgen in haar cultuur wil ze doorbreken. In Mijn hart is immers versteend, Artenon 2015, (Puisque mon coeur est mort, Editions de l’Aube 2010) vertelt ze op indringende en poëtische wijze hoe een moeder de plotselinge dood van haar zoon uiteindelijk wreekt. Elk hoofdstuk is een interne dialoog in de vorm van brieven aan haar afwezige zoon. Al schrijvend ziet ze zichzelf als in een spiegel, haar conformisme, haar zwijgen in het licht van de jaren ’90 in Algerije, de Vuile Oorlog. De genocide, ook intellocide genoemd, beschrijft ze van binnenuit.
Ze schrijft om zich niet gek te laten maken door de situatie in Algerije. Haar vader (lid van de FNL, Front de Libération Nationale) is gedood in de Algerijnse oorlog. Maïssa Bey schrijft in het Frans, de taal waardoor ze is gevoed. Het muzikale aspect van de taal vormt de basis van haar schrijven. Wat ze hoort, moet geschreven worden en de woorden erbij gevonden. Ook de typografie is voor haar betekenisvol. Ze gebruikt veel witregels en harde returns.
“Écrire, dit Maïssa Bey, écrire pour ne pas sombrer, écrire aussi et surtout contre la violence du silence, contre le danger de l’oubli et de l’indifférence”.

(Uit hoofdstuk 2: Klaagvrouwen)
Ik had willen roepen: Kom hierheen. Kom hier, klaagvrouwen. O, jullie vrouwen, die woorden weet bij elke smart, zelfs de meest onzeglijke, benoem, benoem de onzeglijke smart van een moeder (…) Kom, zet u neer om mij heen en zeg mij dat ik mijn zoon nooit naar me toe zal zien komen in het witte kleed van de bruidegom, terwijl hij zijn paard laat dansen op het ritme van de trommels en de cymbalen en het youyou-roepen van de vrouwen. Dat ik hem nooit naar de kamer zal leiden waar zijn verloofde op hem wacht, ruisend van de zijde en rinkelend van het goud. Zeg ook dat de stutten onder mijn huis bezweken zijn, dat mijn stok van ouderdom is gespleten, dat het me zonder laatste verweer is ontnomen en dat het mij slechts vergund is in de gangen van de dwaasheid te dwalen. Zeg dat er nooit meer iemand mij, eenzame, zal binnenlaten. Bedek uw hoofden met as, knijp in uw wangen, sla op uw borst en op uw dijen, beteugel uw geschreeuw, richt uw gezangen ten hemel en laat in ieder van ons, in elke vrouw, in elke moeder, de littekens van de oudste pijnen, de meest geheime pijnen en de meest ontvluchte pijnen boven komen.

(uit hoofdstuk 9: Tranen)
(…) Elke avond ga ik tastend op papier verder om de weg te vinden die naar jou leidt.)

(hoofdstuk 13: Zwart)
Beluister, beluister, daar, voor mij, voor ons vanavond deze woorden van een dichter waar ik van houd, Jacques Roubaud. Het heet: Iets zwarts

Als de dood klaar is ben ik dood
………..Waar ben jij?
………..Wie?
Onder de lamp omgeven door duisternis
Roep ik je op
De duisternis valt in
Van alle kanten
Als was het stof.

Alleen dan, wanneer door toevallige lezing woorden opborrelen uit de duisternis en me tegemoet komen, dan voel ik me niet meer eenzaam.

(hoofdstuk 38: Kruitlucht)
Heb je ooit een pistool in je handen gehad? Heb je ooit dat bijzondere gevoel gehad dat voor een deel uit angst en voor een deel uit absolute macht bestaat? Dat gewicht in de holte van je hand. Het contact met het koude metaal dat langzaamaan warm wordt.
….Ik probeer me er van te overtuigen dat het een geruststellend iets is. En ik moet ook gewend raken aan al die begrippen: daar, de kolf. Hier, het magazijn. De haan. De trekker. Het kaliber. De slagpen. Een hele serie woorden die ik wel ken, maar die ik nooit heb gebruikt of heb opgeschreven. Woorden uit detectives.
….Wanneer je voor de eerste keer de trekker overhaalt, is de terugslag van het wapen heel verrassend. Nog meer dan de ontploffing die door de helm gedempt wordt. De geur ook. Zo karakteristiek. Een mengsel van kruit en rook. Een doordringende geur die lang aan je handen en je kleding blijft hangen. Wanneer ik pistool zeg, word ik verbeterd. Ze zeggen: het is een revolver. En ze zeggen erbij: een automatische. Ik weet nog steeds het verschil niet. Dat is ongetwijfeld een generatieprobleem. Het is een Beretta. Een Beretta kaliber 9 mm. Dat zijn de technische details.
….Zou je trots zijn als je moeder behoorlijk handig blijkt te zijn? Dat zeiden ze me tenminste na de eerste schietles, waar Hakim me naar toe heeft gebracht. Ik heb een half uur geoefend onder het toeziend oog van politieagenten, die het leuk vonden om dat vrouwtje zo zichtbaar geïntimideerd te zien, alleen al omdat ze een wapen in de hand had. En vooral omdat ze slecht over haar afkeer heen kon stappen.
….In de tijd dat ik mijn wapen geheel volgens de instructies opnieuw laadde en richtte op het mikpunt, terwijl ze me uitlegden hoe dit moordwapen ter hand te nemen, hoe mijn gebaren de baas te zijn, speelde steeds de titel van een James Bondfilm door mijn hoofd, ik meen: Tuer n’est pas jouer (Veel liefs uit Berlijn).
….Nee, de dood is geen spel. En het wapen dat ik in mijn hand heb, is geen namaakwapen.
….Vanavond zit ik achter mijn bureau. Het pistool – nee, de revolver – heb ik daar naast me gelegd. Vlakbij het schrift waarin ik zit te werken. Ik ben gefascineerd door de sombere en stille aanwezigheid. Hij is niet geladen.
….Ik weet het, ik weet het: je kunt je je oude moedertje niet goed voorstellen als meedogenloze wraakneemster die genadeloos iemand achtervolgt. Ik hoor als het ware je lach, je grappen.
….Ik kan gewoon reageren met dat ik me ook nooit heb kunnen voorstellen dat ze mij jouw lichaam zouden brengen in een lijkwade en dat ze me zouden verhinderen je gezicht te zien uit angst voor het feit dat ik de sporen van je wonden zou zien.
….« Nothing will come of nothing. ». Het antwoord van koning Lear aan Cordelia in het stuk van Shakespeare.

~~

Tineke van Roozendaal is de vertaalster van ‘Puisque mon coeur est mort’. Zij werkt momenteel aan de vertaling van de roman ‘Hizya’ van Maïssa Bey. ‘Mijn hart is immers versteend’ is in de boekwinkel verkrijgbaar (ISBN978-90-808715-4-0) of te bestellen via www.artenon.nl. Artenon is de kleinste uitgeverij van Friesland.