Nuala O’Faolain

door Ida Boelhouwer

Deze keer geen dichteres in de Beauty, maar een eigenzinnige schrijfster, journaliste.
In Nederland is haar naam onbekend, haar werk niet vertaald.
In Ierland kent elke vrouw haar.
ofaolain200Nuala O’Faolain heeft zoveel facetten van zichzelf prijsgegeven, dat elke vrouw weleens ja tegen haar heeft gezegd: jaja, dat heb ik ook. En: O, wat goed dat je dat zomaar over jezelf durft neer te schrijven.
Nuala O’Faolain, geboren in Dublin 1940, sadly passed away in 2008, ook in Dublin.
Journaliste en columniste bij de Irish Times. Tot haar veertigste verwikkeld in hetero-relaties, heeft ze daarna 15 jaar lang een verhouding met de in Ierland bekende journaliste Nell McCafferty. Twee vrouwen in hetzelfde beroep, onuitgesproken competitie, Nuala’s excessieve drankgebruik, de relatie gaat ter ziele.

Nuala is dan 55 jaar en ziet zichzelf op een dood punt in haar leven. Privé heeft ze er immers niets van gemaakt: In Ireland, the childless, ageing woman has no tribal function, and must invent her own self-importance.
Als haar gevraagd wordt om een bundeling van haar columns uit de Irish Times, besluit ze tot het schrijven van een introductie daarbij. Ze wil aan de lezers verklaren wie ze is.
Maar ze kan niet ophouden met schrijven. Uiteindelijk beslaat haar inleiding driekwart van het boek dat Are you somebody? gaat heten. De columns, waar het aanvankelijk om ging, beginnen pas op bladzij 200. De titel verwijst naar een vraag van onbekenden die meenden haar misschien op televisie gezien te hebben (long enough to change channels).
Haar boek is het antwoord daarop.

Are you somebody? wordt een hype in Ierland. Ik heb meegemaakt dat twee vrouwen die elkaar niet kenden en toevallig met elkaar aan de praat raakten op een landweggetje aan de Ierse kust, dit boek in al zijn hartstocht bespraken en zich zo met de schrijfster en haar weg door het leven identificeerden, dat ik moest denken aan De Schaamte Voorbij van Anja Meulenbelt en dacht: Ach ja, die Ierse vrouwen lopen natuurlijk een beetje achter en zijn nu eindelijk zover. Maar zo lag het toch niet helemaal.
Inmiddels heb ik al haar boeken gelezen, vijf in getal. Op één historische roman na, gaan ze vrij expliciet over haar eigen leven. Een hoogopgeleide Ierse vrouw die succesvol is in haar werk, geen kinderen heeft, op de verkeerde mannen valt en zo in hopeloze relaties verzeild raakt, daaronder lijdt, veel te veel drinkt, en worstelt met de balans tussen alleen willen zijn en eenzaamheid. Haar analyses over zichzelf, het leven, over alle zwaktes en schaduwzijden, zijn haarscherp. Hoewel zij weet hoe ze het anders had kunnen, willen, en misschien moeten doen, laat ze ook zien hoe dat gewoon niet lukt; hoe je bent wie je bent, hoe je iemand wordt, somebody, en welke haken en ogen dat geeft waar je niet altijd heroïsch mee dealt.
The thing to do is: go out, schrijft ze aan het eind van haar inleiding in Are you Somebody?
There is always somewhere further to go. Each time I set off from Dublin starting to find something out, on my own, no one to worry about but myself, radio on, petrol in the tank and money in my bag – that is the best there is.
Dit citaat is altijd bij me als ik met een volle tank een benzinestation verlaat. Heerlijk, denk ik dan, inderdaad wie doet me wat? Yes Nuala.

Een cruciale zin in haar werk is: don’t do anything for me but know about me, be with me.
En dat gebeurde. Heel vrouwelijk Ierland leefde met haar mee. De vrouwen op het landweggetje zeiden: Ja, nu heeft ze iemand gevonden hè? Dat was in 2003. Nuala was inmiddels de 60 gepasseerd en had in New York, via een datingsite, de man gevonden met wie ze tot haar dood, 6 jaar later, zou samenblijven. De warmte en de moeite in die helende relatie beschrijft ze in Almost There, haar tweede boek.

Het voert hier te ver om al haar boeken te bespreken, helaas, maar ze kunnen besteld worden.
Als je haar naam googelt, kom je bij het laatste interview dat ze voor de radio gegeven heeft, om haar lezers persoonlijk te vertellen dat ze binnenkort aan kanker zal sterven. Ze weet het dan zelf nog maar een week of acht. Een maand later is ze dood.
Ze vertelt hoe goed het met haar ging op het moment dat de kanker ontdekt werd.
Ze had een eigen klein appartement kunnen kopen (in New York) en the important thing about the room is that it was mine. Ze woonde niet meer samen met haar vriend en zijn veertienjarige dochter. Door zichzelf toe te geven dat ze niet in het volmaakte sprookje kon existeren van de ideale stiefmoeder – I didn’t want to spend my life watching her doing her homework – had ze weer ruimte voor zichzelf, voor haar vrienden, haar schrijven.

Maar dan komt de kanker. As soon as I knew I was going to die soon, the goodness went out of life. Tot haar ontsteltenis verdwijnt de magie rond wat ze in het leven belangrijk vindt, de reden om zich niet langer te laten behandelen om uitstel van sterven te krijgen. And I’m not nice or anything …. I’m not getting nicer, I’m sour and difficult you know.

Ik denk dat dit soort van glashelderheid en goudeerlijkheid mij een fan van haar hebben gemaakt. Haar boeken zijn geen grote literatuur, ik lees geen prachtzinnen, maar wat ze beschrijft is interessant. Hoe ze met haar eenzaamheid omgaat, hoe graag en hoe niet graag ze alleen is in haar cottage in Clare. Hoe bang ze is op haar moeder te lijken, die zich drogeerde met drank en boeken omdat haar man, Nuala’s vader, een succesvolle journalist en womanizer, te weinig aandacht voor haar had. Op haar beurt geeft de moeder haar negen kinderen nauwelijks aandacht. Nuala schrijft over haar met hartzeer, compassie en angst voor de patronen die ze herkent.

In haar laatste postuum verschenen boek, Best love, Rosie, schrijft ze in de inleiding, dd.14 januari 2008, over de preoccupatie vanwaaruit het verhaal is ontstaan: how does any modern woman – who has travelled, done interesting work, had lovers, been responsible for no one but herself – meet the challenge of that time late in middle age when these things begin to fail her? Ze eindigt met het antwoord dat ze denkt gevonden te hebben: That the world in all its shades of black and white is wonderfully interesting. That sorrow can be managed: it can be banished to a minor place within. And that even the most seemingly moribund life is open to the possibility of change – in youth, in middle age, and always.
Een maand later komt ze voor de grootste uitdaging van een mensenleven te staan: de dood.
In het interview zegt ze: I thought there would be me and the world, but the world turned its back on me, the world said to me that’s enough of you now …
Maar het is niet genoeg, ik kan Nuala O’Faolain lezen en herlezen. Hoe in eerste instantie op zichzelf gericht ze ook was in haar relaties, met de lezer deelt ze alles, als lezer voel je de wederzijdse kameraadschap. Door wat ze over zichzelf laat zien, geeft ze je toestemming.