Een nieuw thema: Zusters

Zo rond de kersttijd, maar ook wat de lange winteravonden betreft, leek ons een thema over Zusters wel apart. Wijzelf raakten er tenminste onmiddellijk geïnspireerd door zodra we het bedacht hadden. Niet dat onze gedichten al af zijn, of naar tevredenheid, want moeilijk is het ook.

Als voorbeeld hebben we daarom twee gedichten gekozen van Edith Södergran uit de bundel Het Rozenaltaar, een bundel met extatische gedichten zoals haar vertaler Willem Sinninghe Damsté schrijft. Edith Södergran leefde van 1892 -1923 en stierf aan tbc. Ze was een Finse Zweedstalige dichteres en de cyclus Fantastique in Rozenaltaar gaat over de vriendschap met de letterkundige Hagar Olsson, die zij haar zuster noemde.

Hester van Beers

Hester van Beers is 19 jaar en studeert biomedische technologie. Sinds haar tiende schrijft ze verhalen en gedichten, maar sinds begin dit jaar vooral gedichten die ze plaatst op www.ongerijmd.tumblr.com.

Hester “Op deze site kun je eenvoudig een blog beginnen. Je kunt kiezen hoe je blog heet en hoe het eruitziet. Dan kun je er je gedichten (of andere dingen) op plaatsen en ook blogs van anderen volgen en hun posts op je eigen pagina plaatsen (rebloggen). Anderen kunnen dit ook met jouw berichten doen: hierdoor bereiken je gedichten een groter publiek.”

——

Toen we kersensap in een wijnglas goten
voor mij, om opa te laten schrikken
was ik pas klein maar ik was
groter dan nu.

Rely Jorritsma Priis voor Friese dichteres Akke Brouwer

Het geheim van de oude kinderen
We lopen door het steegje waar het ongemak nog huist.
Jij een beetje krom en ik die zachtjes de minuten tel.

Uit de tijd verdwenen beelden zijn we plots en vele jaren jonger,
-moeder achter schorten vol van zweet doordrenkte valsigheden,
vader achter glas en dichtgeslibde hartelijkheid-

We houden stil en de wacht en ruiken de geheimen,

door Joske Janszen

Ach, lees ik in de alledaagse wetenschapsbijlage
van de nrc: het was geen superbloedmaan

die ik zag, geen rode maan, niet bloedrood, ook
niet koper, niet bijzonder groot, slechts hier en

daar op aarde stond hij laag boven de horizon
en kleurde door een vieze stad rood – en ook

september, in de tuin achter het huis door elly stolwijk

nu de hangmat haar beste tijd heeft gehad
slaat de klok behoedzaamheid en niet meer
schommelend zie ik hoe

de conifeer – een ware kegel elk jaar hoger –
begint te splijten aan de top
alles wordt dunner

en houdt niet op met vlijmen en doorzichtig
maken, geen zoon met bellenblaas waagt het
erbij te komen liggen

soms hoor ik hem nog roepen, kijk! daar! ganzen!
die gaan weg ook al komen ze terug
mijmer ik met mijn rug gebogen onder

de kosmisch blauwe lucht in het westen
ik sla de slippen om me heen en blaas
de rook omhoog vanuit dit broze nest


Dit gedicht is “gedicht van de maand september 2015” (bij het Alkmaarse dichtersgilde).

Ik zeg wel dat door IJda Smits

IJdageworteld

Ik zeg wel dat ik weg wil maar ik kan niet
nu de bomen zwaar boven de straten hangen

de jonge bladeren en de geuren van de zomer
verdwenen ongemerkt achteloos voorbijgaan van de tijd

nu de regens zijn begonnen en mijn weemoed
hoogtij viert zeg ik wel dat ik weg wil maar ik kan niet

 

IJBer (IJda Smits): Geworteld, drawing and free motion machine embroidery on canvas

Weemoed door Chawwa Wijnberg

Weemoed

Je kan me horen knarsetanden
weemoed ja, daar wil ik wel
een vleugje van, dat zoete droeve
geen smartelijk en spijt

weet je nog
hoe vurig de kastanjes gloeiden
in deze natte herfst voor de verdoolden
geen respijt

he ja, weemoed
zacht mijmeren in de erker
en vooral niet denken
aan het bruut geweld

weemoed ja
het lijkt me lekker, veel beter
dan het panisch tobben over
vluchtelingen en geen geld

zachtjes kwijnen op de chaise longue
in een wit Eline Vere kanten kleedje
dat fraai versterven
luchtig wuiven

weemoed is van vergane dagen
wij hebben face book nu en alles
wordt in felle kleuren
digitaal en door verteld

Aldemardum door Maria de Groot

Zeldzaam zand. Je kunt er vuurstenen vinden,
verleden tegenwoordig slaan, horen
hoe gletsjers aanstormen, inbinden
en sterven aan het dorp daar geboren:

Aldemardum, zwaar op de hand,
nederzetting tussen de gaasten
en toch als een bruid elegant
die zich overbuigt naar haar naasten:

mensen die komen en gaan,
zwervend het tsjerkhôf betreden,
lezen van naam tot naam
vanwaar en hoelang geleden.

Twee stenen of ze elkaar kussen
staan weemoedig daartussen.

Maria de Groot

Da Capo door Frida Domacassé

op een bankje in het park
zing ik Marsman

de zon en de zee springen bliksemend open
wij gaan terug naar het paradijs

roze padden en rode merels
luisteren
naar een troostrijk geluid
ze weten niets van schepen
noch van blauwe matrozen
kleuren het lied eigenwijs in

in het namiddaglicht
vertrekken de vogels
naar warme streken

ik neurie de vale zomer
opnieuw vaarwel

Vogelwater, domein van dichters

Door Ida Boelhouwer

een pot vol honing/ van binnenuit verlicht/ en levendig is het schijnsel

een pot vol honing/ van binnenuit verlicht/ en levendig is het schijnsel

Elly de Waard, de oprichter van de dichteressengroep De Nieuwe Wilden, is deze maand 75 jaar geworden. Onvoorstelbaar om dat te bedenken, want toen we haar leerden kennen, was ze nog maar halverwege de veertig.

Toevallig kwam ik pas geleden in een museumwinkel het boekje over haar huis het Vogelwater tegen. Uit 2012. Destijds had ik de documentaire, die als dvd is bijgeleverd, op televisie gezien, maar het boekje is toch nog net even iets anders. Waar de documentaire kracht en beheersbaarheid uitstraalde, word ik nu bevangen door weemoed.

Pleatspetear (Boerderijgesprek)

De Friese dichteres Akke Brouwer werkte deze zomer op locatie aan haar nieuwe gedichtenbundel.
Als alles volgens plan verloopt, komt de tweetalige bundel in 2016 uit onder de titel Pleatspetear

In één van de kleinere terpdorpjes (Hantumhuizen) in Noordoost Fryslân heb ik deze zomer de beschikking over een oude, vervallen leegstaande boerderij. Daar werk ik 3 dagen per week aan een gedichtencyclus over de historie van de plek, de boerderij en het dorp. Deze tijdelijke werkplek
(kop-hals-romp boerderij uit 1848) inspireert mij enorm. Vanaf 1423 was deze plek al bewoond, er stond toen een Friese State, waarvan alleen de gracht nog is overgebleven. In de loop der tijd hebben hier op dit verhoogde woonerf aan de oostkant van het dorp diverse boerderijen gestaan.
De huidige boerderij is behoorlijk in verval geraakt omdat hij al jaren leeg staat. Het dak is kapot, een aantal ramen zijn dichtgetimmerd, kozijnen zijn verrot enz. maar het uitzicht is prachtig en binnen heb ik aan een oude achtergelaten tafel,

Over gisteren door Ida Boelhouwer

over gisteren

aan het eind van de avond tel ik mijn dromen na
maar ze zijn opgelost in die ene zin dat het blijft
het is zomer omdat het warm is en de straten
op vroeger lijken maar de vogels zwijgen al

’s nachts is mijn huis niet mijn huis maar anders
doe ik niet veel meer dan hopen op licht, het is
die beweging van opstaan de koffie het zitten
nog niets gelezen gesproken nog niets bedacht