Wanneer de lente komt…Pessoa

De meteorologische zomer is begonnen.
Tijd om het lente-thema af te sluiten.
Dat doen we met een gedicht van Fernando Pessoa.

Wanneer de lente komt…

Wanneer de lente komt,
En als ik dan al dood ben,
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volkomen onbelangrijk is.

Inspiratie door Akke Brouwer

11182810_693866944092458_8380353855005807316_o

Ik heb van mijn huisje een dichtershuis gemaakt; in mijn woonkamer vinden maandelijks optredens plaats en tot voor kort waren er ook tentoonstellingen van beeldende kunst. Die laatsten waren niet lonend, dus ben ik daarmee opgehouden. Geïnspireerd door het ordenende werk van beeldend kunstenaar Herman de Vries kwam ik op het idee om de kale muur te beschrijven met poëzie. Op een dag heb ik mijn trapje gepakt en ben links bovenaan begonnen te schrijven, met viltstift, een gedicht. De zinnen lopen inmiddels van links naar helemaal rechts, zo’n 6 meter achterelkaar.

Gaasterlandse Gedichten door Maria de Groot

1

Zon’s witte spoor
waarlangs de koets
met de op hol geslagen paarden gaat
zonder leidsvrouw
en toch een spoor
van barensweeën en ontkiemend zaad
de wind ligt stil
strekt als een wolf zijn leden

……………*

2

In werveling
naar beneden
omkranst
door sluierwolken
overvloeiende lichtschaal
die geen naam heeft
dan de onuitsprekelijke

……………*

3

Menuet van de ander en mij
twee stappen voorwaarts
één achterwaarts
draaien elkaar de rug toe
strekken onze handen naar elkaar uit
dans op graslanden
van deze gaastrijke
taalvloeiende vloeren

……………*

 

 

 

Waar ik naar toe ga door IJda Smits

ijda

Waar ik naar toe ga?

Met stramme benen en armen
reis ik om mijn hoofd te vullen
opdat het niet leegraakt.

Met een leeg hoofd
blijft alleen het sterven over.

Oh de hoogmoed van jonge
illusies over het bereiken
van wijze oude jaren met stoïcijns
gemoed over een zacht verval
van denken lijf en leven.

Nee nee laat me je vertellen
zo is het helemaal niet:

het zijn stormen onvermoede
zuurzandstormen huid-etsend
interval tussen begin en eind.

Het is weer lente.


Meer werk van IJda Smits op haar schrijfsite

Lente door Ida Boelhouwer

bladopdak

Een vlaagje tocht strijkt langs me
in mijn door de winter kaal geworden
koud vertrek, de zon schijnt binnen
door het dak dat flets geworden is
van mos en vogelpoep en resten blad
de open deur showt de sering temidden
van vergeet-me-nietjes. Nog niet in bloei
maar fleurig in groene jurk.
Ik voel me ontevreden en tegelijk verrukt
omdat ik moe ben en verkouden en
niets presteer dan kijken naar de lente
die in extase is en mij beïnvloedt
in mijn kijken en vergeten van wat dan nog
mij meeneemt op een vliegensvlugge reis
op deze stoel met half vermolmde kussens
ben ik een passagier in touringcar

twee gedichten van Christine Van den Hove

Rapunzel

Nooit heb ik lang haar gehad
Het was onpraktisch zei mijn moeder
Ze had een punt
Ik hield niet van de kam

Het mocht toen ik een meisje werd
Het duurde lang
Het was niet in de mode

Het lukte ook niet toen ik groter was
Altijd dat zoeken
Naar een betere omlijsting
Van een alledaags gezicht

Nu is het te laat
Wat nog wil groeien kroest
Grijs en onhandelbaar
Het staat me niet

Beauty over Julia Blackburn

Door Ida Boelhouwer

Fluisteringen van liefde, smart en spreeuwen heet de bijzondere dichtbundel van Julia Blackburn (geb.1948). Korte verzen over het sterven van haar man – de Nederlandse beeldhouwer Herman Makkink – zijn samen met de foto’s een indrukwekkend eerbetoon aan hun mooie liefde.
Dat het foto’s zijn (van Andrew Smiley) zie ik niet meteen, het lijkt grafisch werk, gouaches, ingekleurd met rode en gele luchten, met in alle mogelijke vormen wolken van spreeuwen als stipjes.
Naast de rouw van de verzen beleef ik die foto’s als uitbarstingen van hoe mooi het leven is, altijd, dwars door de dood heen: Blackburn schrijft dan ook: door de spreeuwen kan ik geloven/dat alles goed zal komen

Ik vertel mezelf vaak
Hoe het gegaan is
Om van die laatste uren
Een pad van woordjes te maken
Dat ik kan volgen
Stap voor stap.

Sommige verzen zijn overdenkingen van hoe het is om opeens alleen te zijn, nadat hij Ver van hier (ging) waar ik nog steeds ben: En toen dacht ik aan spreeuwen/En hoe ze bewegen in de lucht/En dat hielp, ik werd er rustig van,

Hoe ik dicht door Joske Janszen

Door een bepaalde stemming of lichtval zie ik soms opeens een beeld met andere ogen, wordt het uit zijn context gelicht. Dat kan van alles zijn, een asbak, een stoel, een tekening, een kamer, een huis, een boom, een tuin, een landschap, en daar valt me dan een gedachte of inzicht bij in.
Dat schrijf ik op en dan begint het schaven; kernachtige woorden zoeken, clichés vermijden, de vorm vinden, het stileren en verhevigen, het beitelen,
ik kan daar ook te ver in door gaan, kom ik er niet uit, verliest het zijn glans
De gedichten die ik in één adem opschrijf zijn soms de beste.

Letterlijk alles kan mij inspireren tegenwoordig. Tijd en stilte en leegte zijn
voorwaarde om me open te kunnen stellen, ontvankelijk te zijn.


Soms zie je in de verte zo’n
vergeefse boerderij staan, alleen

Over My bright abyss en Lichtjaren

Door Ida Boelhouwer

In de beauty dit keer twee zogenaamde “kerstaanraders”, om jezelf of een geliefd persoon blij mee te maken.
In de eerste plaats het dit jaar verschenen boekje My bright abyss – Meditation of a modern believer, van de Amerikaanse dichter Christian Wiman. Opgezadeld met de diagnose ongeneeslijke botkanker, schreef hij, tussen de ondraaglijke pijnaanvallen door, korte essays en gedichten als een vorm van medicatie, een soort van ander leven teruggeven aan zichzelf, waar het hem fysiek beetje bij beetje afgenomen wordt. Hieronder het gedicht From a window en daarna mijn vertaling Uitzicht uit een raam. Bij de vertaling heb ik me voorgesteld hoe het gedicht in het Nederlands op zijn mooist is. Woorden als “ghosts” en “men’s mind” en “mind” worden in het Nederlands gauw beladen en zwaar en ik heb daarom gekozen voor een vrije vertaling waarbij ik geprobeerd heb zo dicht mogelijk bij de inhoud te komen; daarbij heb ik het rijm van het origineel losgelaten.

From a window

Incurable and unbelieving
in any truth but the truth of grieving,

I saw a tree inside a tree
rise kaleidoscopically

Tango door IJda Smits

denk je dat

denk je dat ik oud ben, ik ben alleen gekreukt 29 x 39 cm, vrij borduren op de machine

Ik heb een nieuwe passie. Ai, dit moet niet gaan over passie maar over inspiratie. Eigenlijk weet ik niet wat dat is. Ik google het woord maar even. De betekenis inademen bevalt me het meest, die kan ik handelen: een biochemische reactie in het lijf door inademen! Het verklaart voor mij dat bij het schilderen ik steeds betere ideeën krijg naarmate ik meer terpentijnlucht inadem.
Of is een idee krijgen inspiratie? Het maakt wel adrenaline aan waardoor ik sneller en dieper ga ademen en ik iets ga ondernemen om mijn idee uit uit te werken.

De geurmuze door Johanna Pas

Fietsend tegen de wind, op het ritme van mijn op en neer bewegende voeten,
met de wisselende geuren in mijn neus – dan weer van rottend blad, dan
weer een huis waar de geur van soep of pas gestreken goed uit tevoorschijn
drijft, dan weer de optrekkende autobus voor mij die een wolk van fijn
stof mijn neus in jaagt – komen de eerste woorden. Wachtend op groen bij
het stoplicht herhaal ik de eerste regels, snuif opeens een herinnering op
via het parfum van een vrouw die me voorbij wandelt, word overspoeld door
beelden. Zonder papier bij de hand moet ik de neerdwarrelende woorden
blijven herhalen op het ritme van mijn trappen. Tot ik me bij het volgende
stoplicht de beperktheid van mijn geheugen herinner, mijn telefoon neem,
en het gedicht opsla als een niet verzonden sms…

de armen hangen als slappe koorden door Ingrid Strobbe

In de Heide zag ik twee mannen die, zoals ik vermoedde, een nauwe band hadden met elkaar én er ook bijzonder uit zagen. Ik denk dat ze een verstandelijke beperking hadden of minstens één van hen.
Ik denk dat inspiratie begint bij jezelf : er is ruimte nodig in het eigen hoofd om creatief om te gaan met banale dingen. Bij mij is het meestal mijn omgeving (een voorval) of personen waar ik een band mee heb, die mij inspireren om te schrijven. Het kan ook de natuur (ook omgeving) zijn die me tot de inkt brengt.


de armen hangen als slappe koorden
naast de lange lichamen
het lijken broers

de oudste vlucht al jaren in verhalen
terug naar de Heide, daar koos de jongste voor

op een bank haalt men adem
ze ruilen een jas, een brooddoos
met vlekken en peperkoek

ik ben niet geboren om te vliegen / door Ida Boelhouwer

foto

Foto: Wies Noest

Ik haal mijn inspiratie voor gedichten vaak uit het contact met iemand anders, doorgaans een bevlogen gesprek. Er gebeurt tijdens het meestal enthousiaste praten iets tussen ons in, er groeit bij wijze van spreken een bergje creatieve energie.
Daarna heb ik een onbedwingbare behoefte om te schrijven, zonder dat ik weet wàt ik ga schrijven. Ik ga achter mijn tafeltje zitten en ben eigenlijk gewoon benieuwd wat er gaat komen.
En dan komt er iets in een ruwe vorm, waarvan ik in de dagen erna een gedicht maak, tenminste als ik er nog steeds iets in zie, want dat is ook niet altijd het geval.