Toyota Shibata

door Ida Boelhouwer

De Japanse dichteres Toyota Shibata (1911) mag terecht wel eens de “beauty van de maand” zijn. Zij begon met het schrijven van gedichten toen ze 92 was; een idee van haar zoon, omdat ze somber werd over het feit dat ze niet meer kon dansen na een heupblessure (de klassieke Japanse dans nota bene).
Al gauw werd ze geselecteerd voor de rubriek Het Ochtendgedicht in de krant de Shankei Shinbun en dat motiveerde haar om door te gaan.

In het gedicht Geheim schrijft ze daarover: Weet je, tal van keren/ dacht ik/ ik wil sterven (…)
Om daarna te vertellen hoe ze door het schrijven niet meer hoefde te klagen, eindigend met de regels: Ook op mijn achtennegentigste/ ben ik verliefd/ heb ik nog dromen/ wil ik rijden op de wolken

Ik citeer uit de bundel Geef de moed niet op, in de vertaling van Luk van Haute, uitgegeven door Lebowski Achievers, Amsterdam 2012, 5e druk.

Haar gedichten ervaar ik als speelse wijze lessen, een vrouw die me het oud worden voordoet.
In het gedicht De lucht opent ze met: Als ik me eenzaam voel/ kijk ik naar de lucht/ Wolken die op een gezinnetje lijken/ Wolken die lijken op de kaart van Japan (…)

Wadnymfen door Astrid Salman

Ik zie ze heup aan heup
zusterlijk over het slik zweven
naar de overkant?

hun rokken verraden
het landschap aan de horizon
ze komen en gaan met de wind
als vlagen mist op een herfstdag
onaangekondigd
bijna transparant

In de nacht
door vuurtorenlicht gevangen
zonder schaduw
een silhouet

Nooit te vangen met haar eigen pen

door Ida Boelhouwer

De beauty van de maand is deze keer een dichtbundel en wel een die ik onlangs cadeau kreeg: Nooit te vangen met haar eigen pen – de vrouwelijke stem in de Nederlandstalige poëzie in 200 gedichten – samengesteld en ingeleid door de Vlaamse dichteres Lut de Block. De uitgave dateert al van 2005, maar de vrouwelijke stem in de gedichten is onbetwistbaar actueel.
Het mooiste gedicht, waar ik steeds naar terugkeer om weer over te lezen, vind ik wel Menigte van Anna Enquist, waarin ze in luchtige 2-regelige strofen (2x 3-regelige) de personages opvoert waarin een moeder zich verdeeld ziet:

 

Verbaasd merkte de moeder
dat zij een menigte werd.

Binnen enkele dagen was het
gebeurd, bleek zij uiteengevallen
in een waaier van vrouwen.

Samen door Sanne van Balen

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat je verdwenen bent al bestond je niet
maar was er toch
het gemis
dat deuken in mijn huid maakt
krijg ik niet langer uitgedeukt.

Ik ril de kou mijn omarming binnen
al turend over de stilte
die de auto’s voortbrengen
behalve wanneer niemand
meer iets te melden heeft
en de motor dan maar doet
alsof hij het gesprek opvult.

Dat ik mezelf terugvind
in een bestaan
waarvan ik de regels blijkbaar
nooit begrepen heb.

Zie ik dan slechts
mijn zelf getrokken cirkels
als was de vleugel beschadigd
en dan is het zulke kleine rondjes vliegen.

Dat je daar opeens stond,

om het tot op het bot versleten te spalken,
door me over te geven
kon ik zien
hoe ik de kou uit mijn lijf kon rillen
Het werd die opgevulde stilte,
daarin sloten wij ons verbond.

Leger en leger door IJda Smits

Probeer eens een gedicht te schrijven
over ja waarover
misschien over heen en weer reizen
tussen A en Z maar na decennia zijn
alle weertypen langs gedreven
gebouwen staan nog altijd
aan kanten van wegen

woorden klinken als tonen
muziek in winkels op de achtergrond

In plaats van voller wordt het leger en leger

vragen bij de foto van een huis door Ida Boelhouwer

vragen bij de foto van een huis

hier staat een huis of wat het bijna geweest is
en een boom niet te groot en indrukwekkend
schuren die in elkaars oksels hangen

op het zeer platte veld en de lucht
als een strak gekleurde vlindervleugel
heeft geen weet van wolken nergens
van wasgoed aan de lijn waar

laat staan van een deur die weg gemetseld
toegang weigert tot welk verhaal
kan een raam zijn mondhoek fronsen
want door wie verlaten

en wat maakt dan nu de idylle uit
de verwachting en de hoop
is het de oude vrouw die kijkt?

ida boelhouwer

Fotografie: Paul van Gent

Elisabeth Bishop

door Ida Boelhouwer

Elizabeth Bishop, Amerikaans dichteres 1911-1979

Fragment uit het gedicht Eind maart, van Elizabeth Bishop, in de vertaling van J. Bernlef.
Uit: Tortuca, Tijdschrift voor Literatuur en Beeldende Kunst, nummer 28, MMXI

(…)
De lucht was donkerder dan het water
– het had de bleekgroene kleur van schapenvet.
Over het natte zand, op rubberlaarzen, volgden wij
een spoor van grote hondenpoten (zo groot
dat ze meer op leeuwenprenten leken). Daarna
stuitten wij op eindeloze strengen nat wit touw,
lussen vormend van de vloedlijn tot aan het lage water,
steeds opnieuw. Ten slotte kwam er een eind aan:
een dikke witte kluwen, manshoog, aangespoeld,
rijzend op iedere golf, een doorweekte geest,
terugvallend, doorweekt, de geest gevend ….
Vliegertouw? – Maar geen vlieger.

Ik wilde tot aan mijn proto droomhuis lopen,
Mijn crypto droomhuis, die scheve kist
op palen getimmerd van groene overnaadse planken,
een soort artisjok van een huis, maar groener nog
(geloogd met bicarbonaat soda?),
tegen voorjaarsvloedgolven beschermd door
een omheining van – zijn het bielzen?
(Veel aan dit bouwsel is twijfelachtig.)
ik zou me daar willen terugtrekken en niets doen,
of bijna niets, voor altijd, in twee kale kamers:
door een verrekijker turen, saaie boeken lezen,
oude, dikke, dikke boeken en nutteloze notities maken
in mijzelf praten en, op mistige dagen,
kijken hoe de druppels neer glijden, zwaar van ’t licht.(….)

Lawaai stenen stof door Christianne Méroz

Je quitte
bruit pierre poussière
et ne sais quel repère
de feuillage vert
accueillera mes pas

Entre les vieilles pierres
Le printemps tarde trop

Debout ma belle
va!
Chemin sous le soleil
eau fraîche à la fontaine
nuit sous les étoiles

Voici l’hiver passe
la saison des chansons
bourgeonne
et le ciel s’étonne

Lawaai stenen stof
laat ik achter mij
en elk spoor, welk dan ook,
van groen gebladerte
zal mij welkom heten

Tussen de oude stenen
draalt de lente al te lang

Sta op mijn lief
ga!
De weg in het zonlicht
fris water aan de bron
nacht onder de sterren

Kijk de winter gaat voorbij
het seizoen van de liedjes
schiet in knop
en de hemel verwondert zich 


Christianne Méroz is psychologe en lid van de vrouwelijke orde van Grandchamp. Zij publiceert in Zwitserland poëzie en boeken over bijbelse spiritualiteit. In 2005 vescheen in Nederland “De mystiek van het dagelijkse” en in 2010 de dichtbundel “De Archipel van de Tijd”, in de vertaling van Ton van der Stap.

Harlekijn door Maria de Groot

Een vlinder is hij. Levend mozaïek
uit het theater weggevlogen. Geel
en rood en groen: in Venetiaans fluweel
schittert het ruitpatroon van zijn tuniek.

Te midden van het schuifelend publiek
is hij de spring in ’t veld. Het gekrakeel
van trage mensen is niet zijn toneel.
Hij kiest de derwisjdans van de muziek.

Van welke klucht is hij de hoofdpersoon?
Of wil zijn voorstelling een drama zijn,
een opera van liefdes mijn en dijn

die is gezet in goddelijke toon?
Mij is de harlekijn een travestiet
die ongeremd van haar vrijheid geniet.


 

Geboren in 1937 in Wormer, getogen in Beilen en Deventer, studente en universitair medewerker in Amsterdam, werkzaam in Den Haag en sinds 1981 wonend en werkend in Friesland – dat is in vogelvlucht de levensweg van Maria de Groot. Schrijven is de kern van haar bestaan en daaruit zijn sinds 1966 talrijke bundels poëzie en publicaties in proza voortgekomen.
‘Venetiaanse gedichten ‘ (uitg. kleine Uil, Groningen) is de nieuwste bundel. Deze is geinspireerd door een reis naar Venetië in 2005. Niet alleen de architectuur van de eilanden-stad, maar ook kleur en klank van haar wezen worden in deze bundel verwoord. Een ‘Magnificat ‘, voortgevloeid uit het gelijknamige muziekstuk van Claudio Monteverdi, besluit het boek.
Het jaar 2012 was een vruchtbaar jaar voor de dichteres. Deze zomer verscheen eveneens haar bundel ‘Deventer stadsgedichten ‘ (uitg. Kader 57 Deventer), een aubade aan de stad van haar jeugd.

vroegwijs door Ida Boelhouwer

toen ik vier was
wist ik al
dat het alleen maar
zwiepen met de wind was
leven
meegaan
lijden ook natuurlijk
maar dat kwam later pas
en dat houdt op
als je je overgeeft aan windkracht zeven
dus nu ik zestig ben
met wapperende jurk
aan waddenkust
kom ik die kleine meid weer tegen

16 juni 2012


geheime kamers door IJda Smits

alles wat gezien werd is vernield
verbrande aarde waarover bloemen
en grassen hun kleuren spreiden

onwetende wortels reiken
niet tot waar in verre lagen verborgen
diep verborgen
geheime kamers

het leger van de keizer
wacht om terug te keren
en in het helle licht
vervaagt tot stof

uit talloze scherven
beelden worden gevoegd
in het hospitaal voor gebroken soldaten

Genesis 313 door Edith Koster

En op de achtste dag
ziet hij over zijn schouder
de zee grijs
het licht vaal
de mens gespleten uit een rib
in man die heerst
blind voor god – in – vrouw.

Gescheiden van de hemel
bloedt zijn aarde rood
van schaamte
na zeven dagen zonder liefde.

En op de achtste
in noodweer
drang of wanhoop
offert hij mijn Jezus
aan zichzelf.

Vandaag is het de negende……

Wie zal vergeven dan
die draagt
en koestert
tot zij ziet
dat het goed was.

Zondagochtend door Ida Boelhouwer

Nu zou je in Cinecenter zitten
om 11 uur filmpje kijken voor 5 euro
bij binnenkomst de hal al vol 2 aan 2
vrolijk koffiedrinkende vriendinnen
vroeger jong maar nu weggedrongen
naar de periferie door onze dochters.
We kijken nog voorzichtig door
de grote deur van Paradiso, door
de ramen van de Melkweg, een iks aantal
cafees, zien vreemde grote kinderen
triomfantelijk dansen; onze schaduw
verdwijnt niet met ons mee de nacht
in, maar blijft wachten op hun later.
Na de film een Leidsestraatje,
afzakkertje bij Zwart en
beseffen dat je hier al 40 jaar
ooit op hoge benen en begeerd
welwillend wordt bekeken. En jij
slaat als een lemming op de vlucht naar
de rand van het land waar de laatste dijk is:
zondagochtend en de wind waait bovenmatig
rook uit de schoorsteen en beslagen ramen.

1 april 2012