PITTEN SCHIETEN door Fleur Bourgonje

Over de Vecht vaart een boot vol plezier,
wij zitten aan wal in het gras. Naar nergens
neigt het trage varen, van bocht naar bocht, niet meer
dan dat. Zo vermiljoen zijn de kersen dit jaar
is wat we zeggen, zonder zon toch
tomeloos groot, te zwaar
voor je oren –

Je eet het vlees. Erin verscholen
ligt het harde, soort steen
waar alles om draait. Je stoot je tong
breekt bijna je tanden.

 

 

De kern van de dag is de boog
die de pit van een kers kan beschrijven
de kracht in je handen, de duim
op de volle top van het kootje
dat aanwijst waarheen
wanneer.

Hoe ver hij komt. Meten is weten
hoe jong je was, hoe oud je bent.

 

 

De schietschijf als spiegel. De Vecht als verhaal.
Van het slootje van vroeger werd met gemak
de overkant, nu amper het water gehaald.
De oever is dichtbij, we denken aan later:

bloed dat genoeg zal krijgen van stromen
gedachten die zonder rangorde door het hoofd
kennis die kwijt, vermaledijd veer
dat na het geheime sein aanlegt
om zielen in het vooronder te laden
de veerman die de loopplank intrekt en zegt
het is over, voorbij, ga maar
slapen jij –

 

 

We eten de rest van de kersen op één na
spuwen de pit met de punt van de tong
waarmee we straks elkaar zullen kussen
zover we komen, alsof we voorgoed
voorgoed hier, bijna
een dier zijn –

We bloeden nu uit onze monden.
De rode woorden liggen in het gras
te dromen en wij lopen
van de tijd weg.
We ontkomen.

 

 

De laatste vrucht ligt in de klauw van de nacht.
Wie grist hem eruit, wie zal gooien?
Geen kunst aan, een armzwaai reikt tot waar
de lage zwaluwen, al haast onzichtbaar,
in zwermen op afgaan.

De laatste maakt goed, zo op het oog,
wat de pitten ons de hele namiddag
in het gezicht smeten: bij lange na
haal je niet wat toen, destijds;
geen reden meer voor overmoed
moed veeleer –

 

 

Over de rivier valt dan de wind in vlagen.
Het riet huivert vooruit, wat vermiljoen leek
begint te vervagen. We keren terug
naar wie we waren vóór de pluk van de kersen
het meten als weten, het besef
van de boog.

Naar nergens neigt ons stille staren
behalve naar elkaar, niet meer
dan dat

en de jaren –

 

 


Fleur Bourgonje – Pitten Schieten – Azulpress – 72 blz. – 15 euro
Lees ook de bespreking van Ida Boelhouwer over Fleur Bourgonje