Schildersverdriet van Gertie Bierenbroodspot

door Ida Boelhouwer

9077204067 Niets fijner dan wanneer de Slegte uitverkoop houdt en je door hun royale opheffingskorting van 70 % opeens de prachtigste en origineelste boekwerken voor een gemiddelde van anderhalve euro kunt kopen.
Zo ontdekte ik het boekje Schildersverdriet van Gerti Bierenbroodspot.
De titel verwijst naar een klein roze-achtig bloempje dat zich overal kan nestelen, grind of stenen geen bezwaar, en deze naam draagt om haar petieterigheid en ingewikkelde tekening. En natuurlijk verwijst de titel ook naar de emoties van de schilderes tijdens haar werk, al net zo complex en wonderlijk.
In haar Verantwoording schrijft Bierenbroodspot dat ze de gedichten geschreven heeft terwijl ze bezig was met een opdracht voor een wand van 7 bij 8 meter in hotel de l’Empereur in Maastricht.
Dit gebeurde rond 2004, het jaar waarin het boekje uitgegeven is. Een prachtig kleurrijk vierkant boekje, zo groot als een cd, en die hoort er dan ook bij met daarop de voorgelezen gedichten.

Maar de charme van het geheel zit in het boekje zelf. Op elke linkerbladzij een fragment van een “schildering”, zoals ze die noemt, en op de rechterbladzij een gedicht daarover. En dan vooral over het proces van het maken, waarbij haar materialen als gids fungeren die haar de weg wijzen.
Deze kruisbestuiving tussen taal, papier, doek en verf brengt verzuchtingen voort als deze:
Was ik maar vroeger begonnen/ Met dit fraaie blad papier aan/ De sombere lucht te hangen

Al lezend kan ik haar zien werken in haar grote atelier, een stoere vrouw in schildershemd. Ze heeft de verfpotten voor zich uitgestald en de grote lege doeken om haar heen wachten op de kleuren die zij zal kiezen om er haar tableaus mee te schilderen. Ondertussen bedenkt ze daar hele verhalen bij, die ze misschien wel hardop uitspreekt om het maakproces de hartstocht mee te geven die zij voelt, verhalen die wel iets van toverspreuken hebben.
(…) De schilder weet als magiër het/ Juiste poeder drakenbloed en/ Fosfor toegevoegd als aan een soep,/ Potion magique, dat is wat elke schilder/ Roert als hij door een engelengeur/ Bevangen het hoofd afwendt en naar/ Omlaag in liefde en extase.//Wat een aanraking op dit rijstpapier, welk/ een groot genot, die mooie vogelmensen.

De titels van de gedichten roepen associaties op met een sprookjeswereld.
Zo is er een gedicht dat Groenen heet, en Roden, En Veel Meer Roden Nog, Het Groene Paard, Het Blauwe Paard.
Wat gaat zich hier afspelen, vraag ik me nieuwsgierig af als ik aankondigingen zie als De Wolf, De Schimmel, Onweer, Noordmaan, en dan ontvouwt zich het gedicht als een waar avontuur waarin de verftonen de dominante kracht zijn die bepalen welke vormen er op het doek zullen ontstaan.
Groenen in het roze vlak/ Of desnoods spaarzaam/ Verdeeld over het blauwe/ Fond, zo gaat de schilder/ Om met woorden die/ Op de poeders staan:/ Phtalo, Veronese, Groene/ Aarde en Smaragd.(…)
Uit die mix van concentratie van de schilderes op de kleuren, hun namen en het lege doek dat ze wil vullen worden de voorstellingen geboren.

Ongetwijfeld zullen gedachten aan de opdracht die ze heeft gekregen ook meespelen,
maar daar is niets van te merken in dit mooie boekje. Het is een kijkje in haar atelier en hoe ze daar werkt als ze zich buitengewoon op haar gemak en op dreef voelt.
Over De Passiebloem: (…) Heel het Heilig laatste Avondmaal/ Ligt in die bloem besloten./ De stamper is de godenzoon/ De meeldraden, twaalf, zijn de/ Apostelen en daar omheen de mooie/ Magdalena.//Meng het met de rode lotus, Welk een passie en eindeloos/ Verdriet van violet.

Het boekje eindigt met een zelfportret: De Schilder/Zelfportret: Ik kan niet meer riep de schilder/ Terwijl ze met drie penselen tegelijk/ En het palet als een schild voor zich/ Houdend alweer een meesterwerk/ Volbracht. (…)
Ik kan het me zó voorstellen.
Rennen naar De Slegte lijkt me, en hopen dat er nog wat Schildersverdriet is, en dan de hele stapel kopen en uitdelen op verjaardagen. Succes gegarandeerd.