Uitvaart door Mariet Lems

Daar gaat ze, stroomafwaarts
handen kalm gevouwen op haar borst
Er drijven dingen langs, mannen die
geliefde waren, eentje niet
Een kind met de mond van een vis
roept haar geluidloos, huilen
valt niet op in water, dat treft

Daar gaat ze, stroomafwaarts
Bij de sluis hengelt een man naar geld
Verloren, roept ze. De vuist van de man
lijkt op die van vader
Ze nadert het punt, nu
trappelen tegen de zuigkracht,
hier is het, ze ziet het

Iemand heeft haar
uit de vaart genomen
op de kant gelegd
een kruis geslagen
vlakbij haar wieg