Vogelwater, domein van dichters

Door Ida Boelhouwer

een pot vol honing/ van binnenuit verlicht/ en levendig is het schijnsel

een pot vol honing/ van binnenuit verlicht/ en levendig is het schijnsel

Elly de Waard, de oprichter van de dichteressengroep De Nieuwe Wilden, is deze maand 75 jaar geworden. Onvoorstelbaar om dat te bedenken, want toen we haar leerden kennen, was ze nog maar halverwege de veertig.

Toevallig kwam ik pas geleden in een museumwinkel het boekje over haar huis het Vogelwater tegen. Uit 2012. Destijds had ik de documentaire, die als dvd is bijgeleverd, op televisie gezien, maar het boekje is toch nog net even iets anders. Waar de documentaire kracht en beheersbaarheid uitstraalde, word ik nu bevangen door weemoed.

Niet in het minst door de foto’s die daar zwaar van zijn, gesluierd in duisternis geven ze kleine inkijkjes in de geheimen van het huis. In korte terugblikken vertelt Elly de Waard over de geschiedenis en de voortgang van het huis, de tocht die huis en tuin gemaakt hebben van de 19e eeuw naar de 21e eeuw, zoals ze dat zelf formuleert.
Ik voelde me onmiddellijk geïnspireerd nu eens wat meer esdoorntakken weg te snoeien en daarmee meer licht en transparantie door te laten in mijn tuin, tuintje uiteraard in vergelijking met de hectaren waar Vogelwater over beschikt.

Dit mooie boek is een aansprekende selectie van kleine en wat grotere gebeurtenissen uit een heel aantal jaren dat zij daar nu al woont, sinds 1973, bijna terloops verteld, zonder enige gewichtigdoenerij. Alsof je met haar bij het haardvuur zit. Daar zijn wat mij betreft twee bloedstollende fragmenten bij.

In volgorde is dat in de eerste plaats de logeerpartij van de Russisch-Amerikaanse dichter Joseph Brodsky, die zij volgens afspraak – hij heeft haar met blijkbaar veel zelfkennis gevraagd hem weg te sturen als hij zich misdraagt – vol twijfels en spijt moet laten vertrekken, als haar irritante en jaloerse vriendin dat opeist. Deze Vera bezoekt hem middenin de nacht op zijn slaapkamer om hem over zijn dronken gedrag te onderhouden, naakt onder haar ochtendjas, die hij haar vervolgens van het lijf probeert te scheuren. Aandoenlijk beschrijft Elly de Waard haar tweestrijd om een wereldberoemd dichter, die nota bene bij haar wil logeren om in haar huis te werken, en van wie ze onnoemelijk veel leert, om deze weg te moeten sturen vanwege de persoonlijke egotrip van haar vriendin. Haar dilemma schrijnt helder door naar de lezer. Vooral als je bedenkt hoe ongelukkig die vrouw haar later gemaakt heeft.

En dan het fragment waarin ze vertelt dat haar goede vriendin Andreas Burnier, die een soort van magische helderziendheid bezat, haar tijdens een etentje doordringend aankeek en zei dat ze met een kaars door de kamers van haar huis moest gaan en daarbij moest zeggen: Chris, je moet gaan. (Elly de Waards in 1973 gestorven partner de dichter Chris van Geel). Dagenlang tobde ze hierover totdat ze besloot om de ronde te gaan doen. Waarbij ze in elke kamer die ze met haar brandende kaars bezocht, “in alle kalmte” zei: je hoeft helemaal niet weg te gaan, je mag hier altijd blijven.
Een dergelijke middenweg had wellicht ook gekozen kunnen worden in de situatie met Joseph Brodsky, maar ja, toen had ze niet alle tijd om daarover na te denken.

Twee gedichten, zowaar ongebundeld, zijn mijn favoriet. Ze lijken zomaar geschreven, vanuit het hart, in directe verbinding met haar huis. Zoals in een fragment van Een echt huis:

Een echt huis heeft ruimte
en het kan er koud zijn, lekken
is niet uitgesloten, want de goten
zijn versleten en de loodgieter
is nog geen huisgenoot –
Wel schuift de wind er graag
aan tafel aan, altijd vrij binnenwaaiend
door kieren en reten

Het mooiste gedicht (ook ongebundeld) vind ik Huisjesstad. Ook de foto erbij van Frederique Masselink-van Rijn die bijna alle foto’s gemaakt heeft, is schitterend.

Huisjesstad

Het stadje van mijn huis
dat zo gelukkig in de nacht
alleen mij herbergt als bewoner

De keuken is een pot vol honing
van binnenuit verlicht
en levendig is het schijnsel dat
uit lege kamers naar mij lacht

Het stadje ligt te schijnen in
de volle maan, onder het donkere
geboomte, als een lieflijke lantaarn

In het straatje van de gang
leun ik losjes tegen een deurpost
kosmopoliet pur sang

Deze heel mooie biografie van een dichteres in haar huis belichaamt weemoed en kracht. Het knappe is dat een paar foto’s, een paar gedichten en een paar verhalen een heel mensenleven en het lange leven van een huis volledig in het licht zetten. Het mooie gedempte licht van een ouderwetse kroonluchter.

Vogelwater, domein van dichters, door Elly de Waard, met foto’s van Frederique Masselink-van Rijn
De Harmonie, 2012